De groei
Tot het jaar 1417 strekte het Begijnhof zich niet verder zuidwaarts uit dan tot de tegenwoordige Begijnensteeg. Tot aan het Spui was alles moeras, door de Begijnen tot een vaste bodem gemaakt door het inwerpen van puin en vuilnis, aangevuld met zand.
In 1417 werd het Hof uitgebreid met een strook langs het Spui en werden er vele huisjes bijgebouwd. In het Stedelijk Groot Memo- riaal wordt het Begijnhof in een akte, gedateerd 15 april 1417, ge- noemd en kregen de Begijnen ‘jonkvrouwen’ een groot stuk grond ten zuiden van het Hof erbij: van het oude Begijnhof af tot aan de brug bij de Rozenboomsteeg en van de brug bij de Rozenboom- steeg tot aan de Nieuwezijds Voorburgwal.
De stad had zich verplicht de grote ruimte van het tegenwoordige Spui voor eeuwig onbebouwd te laten. Deze akte van 1417 is tot heden, mede door adequaat optreden in vroeger jaren van de Begijnen en hun vertegenwoordigers, nagenoeg stipt nageleefd.
In 1421 en 1452 werd een groot deel van het Hof met de kapel verwoest bij de grote stadsbranden. De Begijnen zaten niet bij de pakken neer en kerk en Hof werden opnieuw opgebouwd, maar nu werden vele huizen van steen opgetrokken.
In 1511 werd het Begijnhof vergroot met een strook langs de tegenwoordige Nieuwezijds Voorburgwal, die in die dagen nog niet gedempt en veel breder was, zodat zij de huizen tot aan het water konden uitbouwen.
|