De Alteratie

Tot 1578 was Amsterdam een overwegend rooms- katholieke stad, met twee grote parochiekerken, zes kapellen en vele kloosters.

De verering van het Sacrament van het Mirakel bracht jaarlijks een levendige jaarmarkt met zich mee, waarbij duizenden pelgrims naar de stad kwamen en voor een bloeiende economie zorgden.

In Amsterdam verzetten de protestantse hervormers zich vooral tegen de ‘afgoderij’ van de Hostie en de ‘roomse opvatting’ van de Heilige Mis. De prinsgezinde calvi- nisten wonnen het tenslotte en op 26 mei 1578 deed de Alteratie het tij keren. In een onbloedige revolutie namen de protestanten de macht in Amsterdam van de katho- lieken over en werden de katholieke magistraten afgezet. Bovendien werd het de katholieken verboden om openlijk hun geloof te belijden, hetgeen zoveel betekende dat alle eigendommen van de katholieke kerken en kloosters door de overheid in beslag werden genomen.

De ijver van de predikanten om ieder huis dat voor ‘Paepsche afgoderij’ gebruikt werd, te melden bij de overheid, was groot. Maar de overheid maakte in beperkte mate gebruik van geweld en strengheid. Ook de Begijnen moesten hun kerk op hun Hof afstaan. Deze kerk werd aan de Engelsen gegeven en heet sindsdien de ‘Engelse Kerk’. Maar de katholieken richtten ‘huiskerken’ op om toch hun geloof te kunnen belijden. De naam ‘schuilkerken’ ontstond pas in de 19e eeuw.